Hoe blijft je niet thuiswonende kind onderdeel van je dag?

Onze Jacco van 14 jaar woont nu bijna drie jaar in een instelling voor kinderen en volwassenen met epilepsie. Natuurlijk denk ik elke dag aan hem, maar als ik de vraag krijg hoe we ervoor zorgen dat hij onderdeel van ons dag is en blijft, val ik even stil. Dat is zeker in deze corona-crisis een relevante, maar lastige vraag.

Ik moet eerlijk bekennen dat Jacco geen onderdeel van onze dag is. Het kan ook helemaal niet! Hij heeft daar zijn eigen leven en wij zijn hier verder gegaan met ons leven.

Onderdeel van de familie

Maar wat als ik het eens breder trek? Hoe zorg ik ervoor dat Jacco onderdeel blijft uitmaken van onze familie? Dat is niet zo moeilijk! Wanneer er in de familie een feestje is, nemen we hem mee. Ook tussendoor halen we hem op voor een bezoek aan opa en oma of oom en tante.

Nu, in de coronatijd gaat dat allemaal wat lastiger. Maar daar hebben we wat op gevonden! We zien elkaar elke zondagavond op de laptop via een Team meeting, waarbij iedereen kan aanhaken. Jacco is op dat moment het stralende middelpunt en geniet met volle teugen van alle aandacht.

Vlak voor de laatste ‘familiemeeting’ was hij onder de tondeuse geweest en zo ‘kaal als opa’ geworden. Hij was zo enthousiast, dat hij er ook één wilde hebben om iederéén kaal te scheren. De begeleider had een plaatje van een tondeuse op internet gevonden en deze uitgeprint en uitgeknipt. En zo wilde hij, online, de hele familie ‘zo kaal als opa’ scheren!

Onderdeel van het gezin

Jacco heeft dus zijn plek in de familie gevonden. Maar hoe maakt hij onderdeel uit van óns gezinsleven? Onder normale omstandigheden komt hij om het weekend naar huis. Hij slaapt in zijn eigen kamer met zijn eigen spulletjes. Ook gaan wij zaterdags als vanouds naar de markt om groente en fruit te halen en een bakje kibbeling. De marktkooplui kennen hem bij name: ‘Hé Jacco, grote vriend! Ben je er weer! Hier is wat lekkers voor je!’

Zondags gaan we naar de kerk, waar een tiener met hem meegaat naar de kinderdienst. Het is een win-win situatie: Jacco vindt het leuk en de tieners hebben er plezier in om hem daar te begeleiden. Op deze manier kunnen wij als gezin de zondagse samenkomst bijwonen.

Maar hoe doen we dat dan nu? In ons gebed denken we aan hem bij het ontbijt, het middageten en het avondeten. Zo betrekken we hem bij elk dagdeel en voelen wij ons verbonden met hem. Daarnaast FaceTimen we elke woensdagavond en vrijdagavond en soms tussendoor ook nog wel eens. Het is altijd afwachten wat hij die dag heeft meegemaakt. Dat is namelijk van grote invloed op het hele gesprek.

Zo was hij laatst Jacco de boer. Hij had de ‘Bibaboerderij’ op televisie gezien en wilde dus boer worden. De begeleiders hadden een plaatje van een ‘boerenpet’ uitgeprint en hiervan een hoed geknutseld. Tijdens het FaceTimen herhaalde hij tot groot vermaak van hemzelf steeds: ‘Mamma, ik ben Jacco de boer, kijk eens naar mijn pet!’

We proberen hem dus iedere dag regelmatig in en bij ons leven te betrekken. Ook waar hij woont, doen ze hun uiterste best. Zo vroeg een begeleider tijdens het FaceTimen aan Jacco: ‘Vraag eens even hoe mamma’s dag was?’ Ik zag hem nadenken en wachtte vol spanning af waarmee hij zou komen. Maar het paste niet in zijn belevingswereld, want hij was die dag tenslotte: ‘Jacco de boer’ met de mooie ‘boerenpet’!

En dat mag!

Piekerende vrouw

En? Hoe gaat dat bij jou?

Heb jij leuke ideeën opgedaan hoe je je niet thuiswonende kind bij je gezin betrokken blijft? Deel ze dan op de Facebook-pagina van Sophi! Vind je het allemaal maar lastig? En heb je behoefte aan een luisterend oor? Meld je dan aan om er met iemand over te praten.

Even in gesprek

Wat vind je van dit artikel?