Wat als de ontwikkeling van jouw kind anders loopt?

Natuurlijk is elk kind uniek en volgt elk kind zijn eigen pad. Als ouders van een kind met een beperking weten we dat als geen ander. En natuurlijk zijn we trots op elke stap die ons unieke kind zet. Maar toch. Er zijn een paar van die grote, algemene mijlpalen in de ontwikkeling van kinderen, die benadrukken dat het bij onze kinderen anders gaat. En soms doet dat zeer.

'Loopt ie al?’ ‘Zegt ie al wat woordjes?’ Het zijn simpele vragen die aan elke jonge ouder gesteld worden. Maar ze zijn voor ouders van jonge kinderen voor wie de ontwikkeling langzamer gaat - en vaak anders loopt, de eerste momenten waarop je echt beseft dat je kind anders is.

Net als de dag na de vierde verjaardag. De dag dat bijna alle kleuters in Nederland met een kleurig rugzakje, met daarin een even kleurig lunchbakje, hun eerste schooldag beleven. Als dat niet voor jouw kind geldt, doet dat pijn.

De groep 8-musical is ook zo’n ding. Natuurlijk luister je naar de enthousiaste verhalen van je zus, als ze vertelt dat je nichtje de hoofdrol heeft. Dat jouw even oude kind eindelijk een beetje begint te praten en dat je daar heel trots op bent, laat je maar even achterwege.

Bij die groep 8-musical hoort ook de overgang naar de middelbare school. Leeftijdsgenoten rijden op hun nieuwe fiets een hele nieuwe wereld in en krijgen een eigen leven. Terwijl jij elke week je kind heen en weer rijdt naar de logopedie en net aan zwemlessen toe bent.

Foto’s van natte kinderen met hun A-diploma van trotse Facebook-vrienden, heb je jaren geleden al genegeerd. Althans dat probeerde je.

Andere mijlpalen

Natuurlijk vier je de mijlpalen van je kind. Natuurlijk hang je trots de vlag uit als je puber afscheid neemt van het VSO. En natuurlijk komen opa en oma dan taart eten en hebben ze een mooi cadeau bij zich. Maar toch. Er staat geen scooter in de schuur. Je hoeft geen rijlessen te betalen, niet mee te denken over een vervolgopleiding. Die vlag wappert fier, maar ook wat weemoedig.

Jaren geleden, toen mijn zoon met een beperking nog een baby was, had ik een gesprek met mijn oom over hoe het is om ouder-van te zijn. Hij was toen directeur bij een grote zorginstelling. ‘Weet je’, zei hij. ‘Ik spreek elke week ouders die hun volwassen zoon of dochter komen inschrijven om bij ons te komen wonen. En elke week vloeien er tranen. Omdat ook de grote stap van uit huis gaan, anders loopt dan ze ooit hoopten. Elke levensfase zal je er opnieuw tegenaanlopen dat je kind anders is. En elke keer blijft dat zeer doen.’

We noemen dat levend verlies. De rouw, het verdriet om wat er niet is. En dat mag er zijn, naast alle blijdschap om wie je kind wel is.

Wat vind je van dit artikel?