~

Leren tanden poetsen: een dagelijkse strijd?

Van alle onderdelen van de zogenaamde ‘zelfredzaamheid’ (zoals het uit-en aankleden, het leren met een lepel, vork of mes te eten, het zichzelf wassen en afdrogen) is het leren tanden poetsen de meest ingewikkelde opdracht. Het is nog ingewikkelder dan het leren veters strikken. Een vuistregel is dan ook dat kinderen niet voor hun tiende jaar zelfstandig hun gebit kunnen verzorgen. Tot de leeftijd van tien jaar moeten kinderen minstens één keer per dag worden nagepoetst door een volwassene.

Leren tanden poetsen 2

Weerstand

Het tandenpoetsen gaat bij bijna alle kinderen met weel weerstand gepaard. De mond is een in zintuiglijk opzicht bijzonder gevoelig deel van het lichaam. Een klein ongemak in de mond (bijvoorbeeld een aft, een blaartje) voelt ook voor volwassenen nog altijd bijzonder ongemakkelijk.

De eerste kennismaking met de tandenborstel wordt dan ook door vrijwel alle kinderen als vervelend ervaren. Het is een onprettig gevoel in de mond. Maar het is ook een nieuw patroon waar het kind nog aan moet wennen. De weerstand tegen het poetsen kan zich op allerlei manieren uiten. De peuter probeert weg te lopen, draait zijn hoofd weg, houdt de mond stijf dicht, verzet zich door hard te huilen, door van zich af te slaan, door zijn wangen en/of lippen strak te trekken. Op zo’n moment kan het poetsen een onmogelijke opdracht lijken.

Het op de goede manier gepoetst worden kan dan ook in de eerste tijd als een dagelijkse strijd worden ervaren. Op welke manier ouders of opvoeders het ook proberen: het gaat allemaal allerminst vanzelf. Toch leert de ervaring dat hoe eerder kinderen het (laten) poetsen in hun patroon opnemen, hoe meer winst er te behalen valt.

Het is wel van belang om niet de moed op te geven. Leren tandenpoetsen is een kwestie van voorspelbare patronen, van kleine stapjes, van goede communicatie en van volhouden.

Vanaf het eerste tandje

Poetsen begint al vroeg: als het eerste tandje is doorgekomen. Het voordeel is dan dat er maar één tand hoeft te worden gepoetst. Dat is dus een relatief eenvoudige ervaring, vergeleken bij het poetsen van de 32 tanden en kiezen van een volwassene. De eerste gewenning kan heel gewoon in de vorm van het even de tand met de borstel aanraken zijn. Geleidelijk kan het aantal keren aanraken groeien. Sommige peuters vinden het ook al leuk als daarbij geteld wordt. Eén, twee, drie. Daarna begint het voorzichtig poetsen (wrijven) over de tand, of over inmiddels meerdere tanden. Pas geleidelijk wordt het echt poetsen. In de eerste tijd hoeft er nog geen tandpasta te worden gebruikt. Het gaat vooral om de ervaring dat de tanden worden aangeraakt en om het patroon van het poetsen. Het gaat dus in kleine stapjes, waarbij de herhaling (en dus de bekendheid en voorspelbaarheid) de belangrijkste factoren zijn.

Patronen en vaste rituelen zijn belangrijk bij het poetsen. Bij de meeste jonge kinderen zien we dat een vaste tijd, een vaste volgorde, een vaste poetshouding (bijvoorbeeld op schoot, liggend op bed, op een stoeltje bij de wasbak of staande voor de wasbak) en een vaste plek in huis het beste werken. Maar dat is niet een al te strikt advies. Het moet ook allemaal passen bij de situatie in het gezin en bij de vraag welke vorm de meeste ontspanning biedt.

Communicatie

Geleidelijk krijgt de peuter meer tanden en kiezen en moet er ook meer aandacht besteed worden aan de kwaliteit van het poetsen. Alle tanden en kiezen moeten immers goed onderhouden worden en dat minimaal twee keer per dag. Als een kind ouder wordt, wordt ook de voorbereiding op het poetsen belangrijker. Een kind dat tijdens zijn spel wordt overvallen door een tandenborstel zal dit zelden als prettig ervaren. Een aandachtspunt zijn de zogenaamde W-vragen: Wie? Wat? Waar? Wanneer? Als het antwoord op die vragen niet duidelijk is wordt de situatie onvoorspelbaar en ontstaat er eerder stress. Bijvoorbeeld: Wie: pappa. Wat: tandenpoetsen. Waar: in de badkamer op de stoel bij de wastafel. Wanneer? Na het eten? Ter ondersteuning kunnen pictogrammen of foto’s worden gebruikt. Om de tijd aan te geven kan ook een zandloper of een timetimer gebruikt worden.

Het aankondigen van het poetsen kan gebeuren door middel van het laten zien van het voorwerp, door een picto of een foto of door woorden. Sommige kinderen vinden het ook leuk om een filmpje van het poetsen te bekijken.

De afsluiting kan plaatsvinden door een bepaald ritueel, bijvoorbeeld door de tandenborstel in de beker zetten of door het plaatje van het tandenpoetsen op te (laten) bergen.

Een richtlijn voor de duur van het poetsen is: twee minuten. Voor kinderen met autisme kan dat te lang zijn. Soms is het verstandig om even een pauze in te lassen en later weer verder gaan of de duur geleidelijk wat meer opbouwen.

Poetsen doe je niet alleen

Dit verhaal heb ik van achter mijn bureau geschreven. Vanuit mijn ervaring bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde in Amsterdam weet ik dat de dagelijkse praktijk rond het tandenpoetsen bijzonder weerbarstig kan zijn. Ouders en andere opvoeders kunnen er tegenop zien om (alweer!) te moeten poetsen. Bij sommige mensen met een beperking is het poetsen ook op volwassen leeftijd nog altijd een dagelijkse strijd. Tegelijkertijd is mijn ervaring dat er – door vol te houden – winst kan worden behaald. Er zijn kinderen die onhandelbaar leken, maar die door stapsgewijs te wennen aan het poetsen uiteindelijk een goedverzorgd gebit hebben met zelden een gaatje. Over het type tandenborstel en tandpasta heb ik het niet gehad: dat is het verhaal voor de tandarts, de mondhygiënist of de preventie-assistente.

Het is ook – juist bij het tandenpoetsen – van belang dat de ervaringen met het poetsen gedeeld worden. Zo’n ingewikkelde klus moeten opvoeders niet alleen willen doen. Overleg met bijvoorbeeld met de tandarts of de mondhygiënist, met een begeleider of leerkracht op school, of met een gedragsdeskundige leidt soms tot nieuwe inzichten. Door middel van goede communicatie, door het hanteren van minimale stapjes en door vol te houden kan er vaak uiteindelijk meer bereikt worden dan aanvankelijk werd gedacht.

Henk Algra werkte als orthopedagoog bij ’s HeerenLoo Den Helder, Philadelphia Zorg Amsterdam en Leekerweide Wognum en bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde in Amsterdam. Hij schreef het casusboek ‘Van Puzzel naar Maatwerk’ over mondzorg bij mensen met een beperking (Prelum, 2021).

Reacties

Alle reacties lezen?

Log in en lees reacties van anderen. Stel vragen aan de redactie, geef likes en praat mee over de geschreven blogs en artikelen.

Heb je al een account? Inloggen

Wat vind je van dit artikel?


Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Nieuwsbrief
~