~
Terug naar overzicht

Kinderfysio: zorgen dat een kind mij niet meer nodig heeft

Wilma werkt al lang als kinderfysiotherapeut in de gehandicaptenzorg. Ze heeft veel kinderen en ouders begeleid bij allerlei bewegingsvraagstukken. Inmiddels werkt ze zo’n 4 jaar met plezier bij het Orthopedisch Dagcentrum (ODC) van Philadelphia Zorg in Amsterdam en Purmerend. We spreken haar over haar loopbaan, rol en motivatie.

Ontwerp zonder titel 3

Fysiotherapie kinderen

Hoe ben je als kinderfysiotherapeut bij Philadelphia terecht gekomen?

‘Vroeger werkte ik al met kinderen, als voedingsassistent op de kinderafdeling en ik gaf zwemles. Daar ontdekte ik mijn interesse in motorische vraagstukken. Ik besloot fysiotherapie te gaan studeren. Vrijwel direct na het afstuderen ging ik werken als fysiotherapeut in de gehandicaptenzorg. Op den duur werd ik hoofd fysiotherapie, maar na 10 jaar miste ik het contact met de cliënten te erg. Na een aantal jaar weer volledig als fysiotherapeut gewerkt te hebben, wilde ik me weer verder ontwikkelen. Ik besloot te gaan leren voor kinderfysiotherapie. Die functie heb ik nu sinds 10 jaar, waarvan een jaar of 4 bij het Orthopedisch Dagcentrum (ODC) in Amsterdam en Purmerend.’

Wat is je rol als kinderfysiotherapeut?

‘De kinderen die naar het ODC gaan, zijn 3 tot 18 jaar. Ze wonen bij hun ouders en gaan hier naartoe, omdat ze op geen andere school terecht kunnen. Na de eerste drie maanden dat een kind bij ons is, gaan we een beeld van de kinderen vormen en een plan maken hoe we verder gaan. Ik neem daarin de bewegingsvraagstukken op me.’

‘De bewegingsvraagstukken liggen erg uiteen. Soms lukt het een kind niet om bepaald beweeggedrag te laten zien. Omdat de meeste kinderen het van nature leuk vinden om te bewegen, ga ik op zoek naar waarom dat niet lukt. Vaak is er een onderliggende, lichamelijke oorzaak, zoals te hoge of te lage spierspanning, kracht- of conditieverlies of problemen met coördinatie of balans. Dat ga ik vervolgens met het kind oefenen, met als doel dat hij of zij het beweeggedrag wel kan laten zien.’

Bewegingstherapie waardoor kinderen weer succeservaringen opdoen

‘Sommige bewegingsbeperkingen zijn (nog) niet op te lossen, omdat een kind bijvoorbeeld neurologisch nog niet rijp genoeg is. Die ontwikkeling gaat door tot hij of zij 7 jaar is. In de tussentijd worden deze kinderen vaak overvraagd, waardoor ze een soort bewegingsangst krijgen. Ik begeleid ze dan in het uitvoeren van de bewegingen, waardoor ze weer succeservaringen opdoen. Stap voor stap gaan we de grenzen verleggen.’

‘Daarnaast kan kinderfysiotherapie een onderdeel zijn van een onderzoek naar de sensorische informatieverwerking van een kind. Sommige kinderen laten bijvoorbeeld onstuimig gedrag zien, waarbij het de vraag is wat begeleiders kunnen doen om dat te verminderen. Ik onderzoek dan wat de invloed van bewegen op het gedrag is. Als kinderen druk zijn, zijn we geneigd om te zeggen dat ze rustig moeten zijn. Dat kan alleen juist het effect hebben dat ze spanning opbouwen. Doordat hun sociaal emotionele ontwikkeling lager is dan hun motorische ontwikkeling, kunnen kinderen het gedrag laten zien van een peuter en de conditie hebben van een basisschoolkind. Zij hebben daardoor veel korte momenten van inspanning nodig. Kijk maar eens naar spelende kinderen op het schoolplein. Ze zijn continu aan het bewegen. Ik sluit daarop aan en onderzoek hoe beweging kan bijdragen aan het verlagen van spanning. Ook sluit ik aan op de setting van de groep. Begeleiding is namelijk niet altijd in de mogelijkheid om naar buiten te gaan.’

Fysiotherapie kinderen met verstandelijke beperking

Waar let je bij kinderen met een verstandelijke beperking extra op bij de kinderfysiotherapie?

‘Vooral kinderen met een verstandelijke beperking vinden het moeilijk om iets wat ze in de ene situatie kunnen, in een andere situatie te laten zien. Soms kan een kind in een 1-op-1 oefensituatie wel balanceren op een plank, maar lukt dat niet buiten op straat of tijdens een gymles met andere kinderen. Daarom geef ik de oefeningen eerst 1-op-1 en gaan we ze op den duur in andere situaties oefenen, bijvoorbeeld tijdens een gymles met andere kinderen of op straat. Ik creëer daarbij een veilige situatie waarin een kind het durft te proberen.’

‘Daarnaast stimuleer ik kinderen om zelf een oplossing te bedenken voor het uitvoeren van een bepaalde handeling. Dat is belangrijk bij kinderfysiotherapie. Volwassenen zijn geneigd om het al gauw over te nemen of om hun manier voor te doen. Echter, alles wat we motorisch overnemen, leert een kind niet. Ze moeten het eerst zelf uitvoeren voor de hersenen het opnemen.’

Samenwerking met logopedie, bewegingsagogiek en speltherapie

Hoe werk je samen met het systeem om het kind heen?

‘Ik kan niet zonder andere disciplines om een kind heen. De rol van ouders is daarin heel belangrijk. Ik kan wel iets gaan oefenen, maar als zij dit niet relevant vinden, dan bereik ik het doel niet. Sommigen vinden het ook moeilijk om te bedenken wat hun kind zou kunnen. Daarom spreek ik veel met ouders over hun wens en behoefte en over wat ik denk dat de mogelijkheden zijn. Tijdens de behandeling maak ik regelmatig filmpjes van oefeningen. Die deel ik met ouders om te laten zien waar we mee bezig zijn en wat zij ook kunnen proberen, bijvoorbeeld als ze in het weekend het bos in gaan.’

‘Ook werk ik samen met disciplines als de logopedie, bewegingsagogiek en speltherapie. Na de screening na drie maanden bespreken we met z’n allen en met de ouders welke therapie prioriteit heeft. Je kunt namelijk niet alles tegelijk geven. De wens van ouders en de veiligheid van het kind wegen we daarin mee. Wij zitten bijvoorbeeld in een Amsterdams pand met hoge trappen, waardoor het belangrijk is dat kinderen kunnen traplopen. Ook is het in bepaalde ontwikkelingsfases goed om bepaalde klanken te oefenen. De logopedie kan op dat moment voorgaan op de fysiotherapie. Ik vind het belangrijk om dat in samenspraak te besluiten.’

‘Daarnaast werk ik samen met de groepsleiding. Zij nemen de oefeningen ook mee, zodat ze meerdere keren per dag gedaan worden. Gebruikt een kind bijvoorbeeld bij het traplopen altijd de rechtervoet als eerst, dan stimuleert de groepsbegeleiding gedurende de dag om dit ook met de linkervoet te doen.’

De combinatie van een verstandelijke beperking, gedragsproblemen én een orthopedisch probleem vind ik heel uitdagend

Wat vind je zo leuk aan je werk en wat motiveert jou?

‘De combinatie van een verstandelijke beperking, andere problematieken, gedragsproblemen én een orthopedisch probleem vind ik heel uitdagend. Bij deze kinderen werkt de standaardoplossing niet, waardoor je geen houvast hebt aan een protocol. Voor velen is dat vaag, maar ik vind dat leuk aan het werk. Je moet allerlei combinaties maken en dat biedt de mogelijkheid om uit te proberen. Ik kijk naar de uitwerking van iets wat ik probeer en ga daar vervolgens op verder.’

‘Zo behandelde ik eens een kind met een laag niveau die een vergroeiing in haar knie had. We mochten haar niet aanraken, waardoor we moeilijk konden bekijken hoe erg die vergroeiing was. Ik bedacht toen het idee om haar te laten fietsen op een hometrainer. Bij het trappen moest ze haar benen afwisselend gestrekt houden, waardoor ik kon zien hoe ver ze haar knie kon strekken. We zijn er toen achter gekomen dat ze gewoon kon fietsen. We haalden een driewieler voor haar, maar al het nieuwe vindt ze spannend. Ze heeft er heel even op gezeten, maar was er al snel weer af. Een week later zetten we de fiets weer neer. Ze klom erop en fietste gewoon weg. Uiteindelijk zijn we in de buurt een rondje gaan fietsen en leerde ze al snel dat ze bij stoplichten en oversteekpunten moest stoppen. Ze fietst nu regelmatig met een vrijwilliger. Ziet ze iets bijzonders langs de kant van de weg, dan stopt ze even en zodra ze is uitgekeken, fietst ze weer verder. Dit vind ik een mooi voorbeeld waarin we steeds hebben uitgeprobeerd en ze nu zelf regie heeft over haar vrijetijdsbesteding. Wil ze een kwartier op het bruggetje blijven staan, dan doet ze dat, net als dat wij dat ook doen.’

Het is mijn doel dat een kind iets uiteindelijk zelf kan en mij niet meer nodig heeft. Dat motiveert mij om door te zoeken naar wat helpt

‘Op allerlei gebieden wordt veel in protocollen gevangen. Als je dat een jaar doet, weet je het wel. Daar haal ik geen plezier uit. In dit werk werken protocollen niet. En denk ik soms een patroon te herkennen, dan ligt het bij dat kind toch net anders. Ik blijf dan op zoek naar informatie. Het is mijn doel dat een kind iets uiteindelijk zelf kan en mij niet meer nodig heeft. Dat motiveert mij om door te zoeken naar wat helpt.’

‘Een ander voorbeeld is een kind dat altijd aan de hand wilde lopen. Hij vond het eng om los te lopen. Op onze locatie hebben we een speelplaats die is afgeschermd met een helling. Met hem heb ik eindeloos over die hellinkjes gelopen. In het begin moest dat steeds aan de hand, maar op een gegeven moment kon dat los. Inmiddels loopt hij over graspollen, helling op, helling af, door hoog gras en over oneffen stoeptegels. Dat hij dit nu kan, geeft hem veel zelfstandigheid. Met alle stoepen en op- en afstapjes die we in Nederland hebben, is dat heel belangrijk.’

Wil jij meer weten over de verschillende bewegingstherapeuten van Philadelphia? Klik dan hier.

Meer Sophi?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks
de nieuwste inspirerende verhalen in je mailbox!

Reacties

Alle reacties lezen?

Log in en lees reacties van anderen. Stel vragen aan de redactie, geef likes en praat mee over de geschreven blogs en artikelen.

Heb je al een account? Inloggen

Wat vind je van dit artikel?


Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Foto homepage
~