Log in of maak een account aan.
Geschreven door Marion Terpstra
Marion en haar man Jorgen zijn de ouders van Noor. Noor heeft het syndroom van Down. Sinds haar geboorte is hun leven 180 graden gedraaid. Stap voor stap hebben zij hier hun weg in gevonden. Marion schrijft regelmatig voor Sophi over haar leven met Noor. Dit keer schrijft ze over een liedje van Ernst, Bobbie en de Rest dat Noor maar al te graag zingt, en hoe Marion probeert duidelijk te maken dat het grapje niet altijd meer grappig is.
Ik ga het nu toch van me afschrijven. Het kan zo niet langer, ik trek het niet meer.
“Mama, je bent een soepkip!” Niet één keer, maar de hele dag door. Voor degene die het niet kennen: het is een lied van Ernst, Bobbie en de Rest! uit 2001 en hoort bij het televisieseizoen De Boerderijavonturen. Dit is alweer 25 jaar geleden, maar blijkbaar is het liedje nog steeds populair.
Noor zegt het ook wel tegen anderen, maar meestal ben ik de geluksvogel. Vooral in de avond is het raak. “Mama is een soepkip! Mama is een… soepkip!” Alles heb ik geprobeerd: tegenspreken, negeren, meelachen, aangeven dat ik het écht niet meer leuk vind en er grapjes over maken. Zo heb ik verteld dat als mama een soepkip is, ze zelf een mini-soepkip is. “Ik niet, ik ben lieve meid”, is dan haar reactie. Want ja, dat is wat ik haar altijd vertel. Kortom, niks helpt. Ze blijft het leuk vinden.
Er is ons verteld dat iets afleren bij kinderen met het syndroom van Down meestal lastiger is dan iets aanleren, zie hier het bewijs. En ik snap het; ondanks dat ze haar nagels lakt, eruitziet als een tiener en zich gedraagt als een puber, is ze mentaal lang niet zover. Als we op pad gaan, zoals vorige week naar de Downpoli, gaat haar tas met (begrensde) mobiele telefoon mee, maar ook de knuffelbeer. Daar balanceren wij in mee, wat meestal goed gaat. Tot vorige week bij het naar bed brengen. Ik zit op de rand van haar bed, het voorlees-/knuffelritueel zit erop en ik wil haar lekker onderstoppen. Noor blijft echter rechtop zitten.
“Mama is een soepkip! Mama is een hele grote soepkip!” Zelf bevestigt ze grinnikend: “Hij is goed.” “Hij is leuk!”, zegt haar denkbeeldige vriendje, die ze al vanaf ze praat bij zich heeft.
Dan breekt er iets in me. Ik laat me voorover vallen met mijn hoofd in mijn handen op haar roze kussen en doe alsof ik huil. Ik ben moe en ben het even helemaal zat. Ik trek haar kussen over mijn hoofd en maak snikkende geluiden.
Noor gaat verder met de interne dialoog met haar denkbeeldige vriendje: “Mama vindt soepkip niet leuk meer.” Gelukkig, de boodschap komt over, denk ik bij mezelf. “Nee, mama vindt het niet leuk meer”, beaamt het vriendje.
Het valt even stil. Hmm. “We kunnen haar oud vrouwtje noemen?”, zegt Noor dan. Ik krijg een acute aanval van hyperventilatie en stik zowat onder het kussen; oud vrouwtje, is ze nu helemaal… raast het door mijn hoofd. Toch bijt ik mijn tong eraf en haal weer adem, veel te benieuwd hoe dit verder gaat.
“Vindt mama denk ik ook niet leuk.” “Denk het ook niet”, is het antwoord. Pfff, gelukkig, ze snappen het, denk ik bij mezelf. Ondertussen laat ik nog een snik vanonder het kussen ontsnappen.
“Lieve mama is beter.”
“Jaa, liefste mama van de wereld.”
“Mama?” Langzaam haal ik het kussen van mijn hoofd, veeg mijn zogenaamde tranen weg en kijk haar aan.
“Mama, jij liefste van de wereld.” Ik zeg dank je wel en er volgt een dikke knuffel.
De volgende ochtend bij het naar school gaan, staan we samen voor de spiegel in de gang, te wachten op de taxibus. “Mama, jij soepkip.” Mijn gezicht betrekt en ze herstelt zich snel, gisteravond nog vers in haar geheugen: “een superleuke soepkip”. Ik schiet in de lach en in de spiegel vinden onze ogen elkaar.
“Hou van jou, meiske”, zeg ik tegen haar.
“Hou van jou, lieve mama soepkip.”
Even later zwaai ik haar uit. Als ik naar mijn werk fiets, tel ik mijn zegeningen. Ik ben blij dat ik soepkip word genoemd en geen oud vrouwtje. Dat kan mijn ego echt niet aan.
Allebei ons lesje geleerd.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks
de nieuwste inspirerende verhalen in je mailbox!