Log in of maak een account aan.
Geschreven door Karlijn Migo-Merx
Karlijn en Oskar zijn de ouders van Cato, Ted en Lies. Lies heeft het syndroom van Down. Samen vormen ze een lekker druk en niet-alledaags gezin. Karlijn blogt regelmatig over alles wat zij meemaakt. Dit keer schrijft ze over hoe ze voor Lies een veilige basis wil zijn tijdens ziekenhuisbezoeken.
‘Ho. Stop. We gaan niets forceren nu. En al helemaal niet fixeren.’
Ik hoor het mezelf zeggen. Best resoluut ook.
We zijn in het ziekenhuis voor een controle van de ogen van Lies. De optometrist wil haar ogen druppelen. Een routinehandeling, eentje die ze waarschijnlijk tientallen keren per dag uitvoert. Maar voordat Lies goed en wel doorheeft wat er gaat gebeuren, komt het flesje al richting haar oog.
Lies schrikt, knijpt haar ogen stevig dicht en draait haar hoofd weg. Vanaf dat moment wil ze helemaal niets meer. Wanneer de optometrist een collega vraagt om te komen helpen, gaan bij mij alle alarmbellen af.
‘Ho, stop. Je gaat veel te snel. Neem Lies mee in wat je gaat doen. Vertel het haar. Laat het haar zien. Vertraag.’ Ik voel de spanning onmiddellijk in mijn lijf schieten. Mijn hartslag gaat omhoog, mijn spieren spannen zich aan. Ik sta op scherp. Niet omdat ik ruzie wil maken of denk het beter te weten, maar omdat ik weet wat er kan gebeuren als niemand op tijd op de rem trapt.
Gelukkig reageert de optometrist invoelend. Ik zie dat ze schrikt van mijn reactie. Ze luistert, past haar handelen aan en complimenteert me zelfs met de manier waarop ik voor Lies opkom.
En juist dan voel ik de tranen opkomen. De erkenning, het begrip, de spanning die er ineens een beetje af mag. Maar ik wil nu niet huilen. Lies heeft al genoeg spanning ervaren. Zij heeft mij nodig als haar veilige basis, als degene bij wie ze rust kan vinden. Ik wil haar co-regulator zijn, terwijl mijn eigen zenuwstelsel nog volop in de alarmstand staat.
Dus slik ik mijn tranen weg en richt mijn aandacht weer op Lies. Eerst zij. Mijn eigen emoties komen straks wel. Want mijn reactie kwam niet uit het niets.
Jaren geleden moest er bloed worden geprikt bij Lies. Ze was bang, verzette zich en wilde niet. Maar het bloed moest nu eenmaal worden afgenomen.
Vier mensen waren er nodig om één klein meisje voldoende vast te houden zodat de bloedafname kon plaatsvinden. En ik stemde ermee in. Omdat het nou eenmaal moest. Omdat de zorgprofessionals aangaven dat dit de manier was. Omdat we het achter de rug wilden hebben.
En ja, het lukte. Het bloed zat in het buisje. De medische handeling was geslaagd. Maar Lies kwam onder de blauwe plekken en met een traumatische ervaring rijker het ziekenhuis uit.
Ik voelde me achteraf zó ontzettend schuldig. Ik had ingestemd met het fixeren van mijn eigen kind. Door vier volwassenen nota bene. Omwille van het snelle handelen. Terwijl alles in mij achteraf schreeuwde: waarom heb ik dit laten gebeuren?
Ik had haar veilige basis moeten zijn. Degene bij wie ze bescherming kon vinden als de wereld te spannend werd. In plaats daarvan had ik toegestaan dat ze tegen haar wil werd vastgehouden.
Dat gevoel van machteloosheid, schuld en verdriet is me altijd bijgebleven. Natuurlijk weet ik dat je als ouder in zo'n situatie onder druk staat en vertrouwt op de deskundigheid van zorgprofessionals. Maar dat weten maakt het gevoel niet zomaar anders.
Want waar een zorgprofessional na de bloedafname doorgaat naar de volgende patiënt, nemen wij die ervaring mee naar het volgende ziekenhuisbezoek. Lies met haar angst, ik met mijn schuldgevoel. Voor veel kinderen die extra zorg nodig hebben, zijn medische handelingen geen incidenten. Ze keren steeds opnieuw terug. Ieder halfjaar weer, soms nog vaker. En iedere ervaring doet ertoe.
Toen Lies haar amandelen moest laten knippen, hebben we vooraf uitgebreid gesproken met de anesthesioloog. We vertelden wat Lies nodig had: voorspelbaarheid, tijd om informatie te verwerken en zoveel mogelijk eigen regie.
We vroegen of de narcose eerst voorgedaan kon worden bij haar pop Lotje. Laat haar het kapje zien, laat haar ermee oefenen en ontdekken wat er gaat gebeuren. Dat kost aan de voorkant een paar minuten extra. Maar levert onder aan de streep enorm veel op.
Lies keek aandachtig toe hoe Lotje onder narcose werd gebracht. Ze mocht het kapje vasthouden en ermee oefenen. En toen het moment daar was, zette Lies zelf het narcosekapje op haar snoet. Zonder strijd, zonder dwang, zonder paniek. Rustig, veilig in mijn armen, viel ze in slaap. De KNO-arts keek verbaasd toe. ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt.’
Het resultaat was meer dan een rustig verlopen narcose. Het was een positieve ervaring die Lies mee kon nemen naar een volgende medische ingreep. Een ervaring waarin ze had gevoeld dat ze invloed had op wat er met haar gebeurde. Dat ze veilig was. En ook voor mij als moeder maakte dat een wereld van verschil.
Lies met haar pop Lotje in het ziekenhuis.
Wat me raakt, is dat ik als ouder blijkbaar steeds opnieuw op mijn hoede moet zijn. Juist in een ziekenhuis, een plek waar je je kind met vertrouwen zou moeten kunnen overdragen aan mensen die ervoor hebben geleerd om goed voor haar te zorgen.
Begrijp me niet verkeerd: Ik heb ontzettend veel respect voor zorgprofessionals. Ik weet hoe hard er gewerkt wordt en hoe hoog de werkdruk is. De optometrist liet uiteindelijk ook zien hoe waardevol het is wanneer iemand openstaat voor feedback en het contact weet te herstellen.
Maar waarom moet ik toch zo vaak degene zijn die op de rem trapt? Waarom moet ik uitleggen dat je een kind eerst vertelt wat je gaat doen, even wacht op een reactie en niet zomaar handelt?
Dat doet iets met je. Iedere keer dat ik moet ingrijpen, schiet mijn systeem in de actiestand. Ik handel vanuit instinct, vanuit liefde en vanuit alles wat ik inmiddels heb geleerd. Maar als de situatie voorbij is, verdwijnt die spanning niet automatisch. Al die ervaringen laten hun sporen achter. Ook bij mij.
Als zorgouder ben je niet alleen bezig met de medische zorg voor je kind. Je bent ook degene die uitlegt, vertaalt, anticipeert, begrenst en bewaakt. Je bent moeder, maar tegelijkertijd ook belangenbehartiger, tolk, procesbewaker en soms zelfs de noodrem. En geloof me, die laatste rol zou ik heel graag wat vaker aan iemand anders overlaten.
Het wrange is dat het vaak helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Vraag mij vooraf wat Lies nodig heeft. Betrek haar bij wat er gaat gebeuren. Geef haar tijd om te begrijpen en te reageren. En neem mijn antwoord serieus.
Ik ken mijn kind. Ik weet hoe ze reageert als ze bang is, wanneer ze tijd nodig heeft en wanneer ze juist een klein zetje kan gebruiken. Die kennis is geen bemoeienis, maar waardevolle informatie die bijdraagt aan goede medische zorg.
Traumasensitief handelen betekent niet dat een kind nooit bang mag zijn of dat iedere handeling zonder protest moet verlopen. Het betekent dat je oog hebt voor eerdere ervaringen, voor angst en voor de behoefte aan voorspelbaarheid, veiligheid en regie.
En dat je beseft dat ook de ouder naast het bed een geschiedenis met zich meedraagt. Van ziekenhuisbezoeken, onderzoeken, ingrepen en soms machteloosheid.
Wanneer je als zorgprofessional eerst contact maakt, luistert en afstemt, geef je niet alleen het kind een gevoel van veiligheid. Je helpt ook de ouder om niet steeds opnieuw in die staat van paraatheid terecht te hoeven komen. Want hoe meer veiligheid ik als moeder ervaar, hoe beter ik die veiligheid ook aan Lies kan bieden.
Wat voor een zorgprofessional een routinehandeling is, kan voor een kind een ingrijpende gebeurtenis zijn. En voor de ouder die erbij staat net zo goed. Een pop, een beetje uitleg, even voordoen. Een paar minuten extra aandacht.
Natuurlijk zijn er medische situaties waarin snel handelen noodzakelijk is en niet alles kan worden voorbereid. Maar juist daarom moeten we de ruimte benutten wanneer die er wél is.
Dus: beste zorgprofessional, kijk niet alleen naar de handeling die je moet verrichten. Kijk naar het kind dat voor je zit. En naar de ouder die ernaast staat. Vraag wat er nodig is. Luister naar het antwoord. Neem de tijd om vertrouwen te creëren.
Want een geslaagde medische handeling is meer dan een gevuld buisje bloed, gedruppelde ogen of een geslaagde operatie. Het is óók een kind dat zich veilig heeft gevoeld. Een ouder die zich gehoord weet. En die de volgende keer met iets meer vertrouwen het ziekenhuis binnenstappen.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks
de nieuwste inspirerende verhalen in je mailbox!