Log in of maak een account aan.
Geschreven door Karlijn Migo-Merx
Karlijn en Oskar zijn de ouders van Cato, Ted en Lies. Lies heeft het syndroom van Down. Samen vormen ze een lekker druk en niet-alledaags gezin. Karlijn blogt regelmatig over alles wat zij meemaakt. Dit keer gaat het over Lies die leert om zelfstandig boodschappen te doen en hoe de omgeving haar hierbij kan ondersteunen.
Als Lies iets zelf mag doen, groeit ze minstens 10 centimeter. Niet echt natuurlijk, maar je ziet wel verandering. Haar schouders gaan naar achteren en haar pas wordt steviger. Op haar gezicht verschijnt die trotse blik die zegt: zie je wel, ik kan dit gewoon.
Op dit moment is zelf boodschappen doen favoriet. Dus geven we haar steeds meer ruimte om alleen op pad te gaan. Want Lies wordt groter en we willen dat ze stap voor stap zelfstandiger wordt.
Wel met een gps-horloge om. Zodat ze ons kan bellen als ze hulp nodig heeft. En eerlijk is eerlijk: ook best fijn voor mijn moederhart. Want loslaten gaat een stuk makkelijker als je ondertussen op een schermpje precies kunt volgen waar je kind uithangt. Een soort ‘loslaten-light’.
Vorige week vertrok ze weer. Met haar boodschappentas in de ene en haar portemonnee in de andere hand. Op weg naar de supermarkt bij ons in de buurt.
Op haar boodschappenlijstje stonden een pak chocoladekoeken (haar favoriet) en croissantjes. Een uitgebalanceerd boodschappenlijstje, zullen we maar zeggen. Ik had precies genoeg contant geld in haar portemonnee gestopt. En haar op het hart gedrukt dat ze geen extra dingen kon kopen. Want: niet genoeg geld.
Lies wil nog weleens verleid worden om allerlei lekkers in haar mandje te stoppen als ze dan toch in de winkel is. En geef haar eens ongelijk. Als je toch langs al die schappen moet, kun je net zo goed even kijken wat de supermarkt nog meer voor je in petto heeft.
Bovendien krijgt ze door contant te betalen de kans om de waarde van geld beter te leren begrijpen. Zo’n pasje is natuurlijk heel handig, maar lang niet zo concreet als briefjes en muntjes die ieder hun eigen waarde hebben. Op is op. Dat was in ieder geval de les die ík voor deze middag had bedacht.
Het duurde dit keer wat langer voordat ze thuiskwam. Via haar gps-horloge kon ik zien dat ze keurig naar huis aan het lopen was. Dus ik wachtte rustig af. Of nou ja, rustig. Ik keek slechts een zeer verantwoord aantal keer op mijn telefoon, naar het bewegende stipje waar mijn kind onder zat.
Even later kwam ze trots binnen. Met in haar boodschappentas: een zak croissantjes en… twee pakken chocoladekoeken. Even schrok ik. Ze zal ze toch niet gejat hebben?
Ik vroeg aan Lies hoe het kon dat ze twee pakken koeken in haar tas had, terwijl ze toch echt maar genoeg geld bij zich had voor één pak. Lies verzekerde me ervan dat ze ze écht had betaald en zei doodleuk: “Genoeg koeken voor de hele week. Anders zo snel op, mama!”
Lekker ding is het. En ook bijzonder optimistisch dat twee pakken het bij ons een hele week zouden redden.
Het bonnetje vertelde gelukkig hetzelfde verhaal. Ze had inderdaad twee pakken chocoladekoeken afgerekend. Geen winkeldiefstal dus. Dat scheelde weer een stevig gesprek.
Alleen kon Lies me niet duidelijk maken hoe dat nou precies was gegaan. En dus besloot ik toch even met haar terug te lopen naar de supermarkt. Daar bleek dat de mevrouw die achter haar in de rij stond geld had bijgelegd. Mijn moederhart maakte een sprongetje. Hoe superlief van deze mevrouw.
En tegelijkertijd voelde ik hoe dubbel dit soort ervaringen zijn.
Vooropgesteld: wat is het fijn om steeds opnieuw te merken dat de meeste mensen deugen. Dat er mensen zijn die naar onze dochter kijken, zien dat ze hulp kan gebruiken en haar die hulp ook geven. Zonder gedoe. Gewoon omdat ze willen helpen. Dat is zó waardevol.
Voor Lies, die parallel aan haar eigen ontwikkeling ervaart dat de wereld ook vol zit met fijne mensen. Mensen bij wie ze terechtkan als iets niet lukt. Mensen die haar willen helpen als ze vastloopt. Of als ze van mening is dat één pak chocoladekoeken écht onvoldoende is om de week door te komen. En het is ook fijn voor ons. Want iedere keer dat Lies alleen op pad gaat, laat ik haar een klein beetje meer los. Dan is het een geruststellende gedachte dat er altijd wel iemand in de buurt is die naar haar omkijkt.
Maar Lies moet ook leren om zelfstandig te worden.
Ze moet leren dat ze, wanneer ze niet genoeg geld bij zich heeft, één pak chocoladekoeken terug moet leggen. Hoe lastig dat besluit ook is voor een 12-jarige dame. We willen haar leren dat ze zelf met een oplossing kan komen. Dat ze hulp kan vragen als ze iets niet begrijpt, maar ook dat niet iedere hobbel meteen voor haar hoeft te worden weggepoetst.
Want hoe lief het gebaar van deze mevrouw ook was, Lies leerde hierdoor niet dat twee pakken koeken simpelweg niet pasten binnen het bedrag dat ze bij zich had. Ze leerde vooral dat er achter je in de rij zomaar een financier kan staan die bereid is in je chocoladeplannen te investeren.
En dat is precies waar het soms schuurt in het ouderschap van een kind als Lies. We willen dat mensen haar zien. Haar helpen wanneer dat nodig is. Dat ze geduldig zijn en haar de ruimte geven. Maar we willen ook dat ze haar niet te snel helpen. Dat ze even wachten. Haar zelf laten nadenken, proberen, zoeken en fouten leren maken. Want ook dat is omkijken naar iemand.
Ik vroeg mijn netwerk hoe zij dit zouden aanpakken. Daar kwamen allerlei leuke en slimme ideeën uit. Zo werd geopperd om de supermarkt te vragen met ons mee te denken. Om de medewerkers uit te leggen dat Lies aan het oefenen is met zelfstandig boodschappen doen en hen te vragen haar daarin te begeleiden.
Op zich vond ik dat een heel goed idee. It takes a village to raise a child. Voor een kind als Lies geldt dat soms nog net een beetje meer.
Hoe fijn zou het zijn als de mensen in de supermarkt haar kennen. Als ze weten dat ze haar niet direct alles uit handen hoeven te nemen, maar haar wel op weg kunnen helpen als ze vastloopt.
Al zag ik ook direct een complete personeelsinstructie voor me: “Dit is Lies. Ze mag zelf boodschappen doen. Niet te snel helpen. En let op bij het koekenschap.” Haha!
Tegelijkertijd kwam bij mij meteen een nieuwe vraag op. Want hoe gaat dat als ze een keer naar een andere supermarkt gaat? Naar een winkel waar de mensen haar niet kennen en niet weten dat ze juist aan het oefenen is met zelfstandigheid? We kunnen tenslotte niet overal waar Lies naartoe gaat alvast voor haar uitlopen om de weg vrij te maken. Ze moet ook leren om zich te redden op plekken waar niemand haar verhaal kent.
Meerdere mensen kwamen daarom met een ander voorstel: laat haar een shirt dragen met daarop de tekst: ‘Ik ben aan het oefenen met zelfstandigheid. Geef mij de ruimte om het zelf te doen.’ Ik zie haar al door de supermarkt lopen. Boodschappentas in haar hand. Portemonnee bij zich. Dat shirt aan. Trots als een pauw. Op de achterkant misschien dan ook nog maar toevoegen: ‘En geef me vooral geen geld voor extra chocoladekoeken.’
Zelfstandiger worden gaat stap voor stap. Soms met hulp, door zelf een oplossing te bedenken, door één pak chocoladekoeken terug te moeten leggen. En soms door te ontdekken dat je met een goed verhaal en de juiste persoon achter je in de rij ook een verrassend eind komt.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks
de nieuwste inspirerende verhalen in je mailbox!