Log in of maak een account aan.
Persoonlijk blog / Karlijn Migo-Merx
Ik zag van de week een post voorbijkomen op Instagram van een moeder van een meisje met Down. Ze deelde een rijtje van de meest hilarische taferelen die ze met haar dochter had meegemaakt. En toegegeven: het was inderdaad om te gieren. Van een fles ketchup die leeg ging op de bank tot een wildvreemde op zijn kont meppen. Maar een man met ontbloot bovenlijf op een terras vragen waarom hij borsten heeft, stond wat mij betreft toch wel met stip op één.
Ik heb er altijd een hekel aan om te praten in termen van “ze” als het gaat over mensen met het syndroom van Down. Op de een of andere manier voelen mensen zich vaak geroepen om te zeggen: “Oh, ze zijn altijd zo vrolijk, blij, muzikaal” (kruis aan wat van toepassing is, meerdere antwoorden mogelijk) als ik vertel dat onze jongste dochter het syndroom van Down heeft.
Haar downsyndroom is namelijk echt het minst interessante aan Lies. Haar ongelofelijke gevoel voor humor, haar vastberadenheid, haar doorzettingsvermogen, haar onbevangenheid en puurheid zijn zoveel boeiender. Maar toegegeven: ik herkende heel veel uit die post. Want ook wij komen regelmatig in situaties terecht die ronduit hilarisch zijn.
Zoals die keer dat ze, amper zes jaar oud, ’s ochtends om half zeven haar bed uit was gesneakt. Beide traphekjes muisstil had opengemaakt, haar tas had gepakt, haar knalroze laarsjes had aangetrokken en ook de voordeur had weten te ontgrendelen. Om vervolgens met hond en al naar de bakker te lopen omdat mevrouw zin had in een croissantje. Wij schrokken ons rot toen we ineens een mannenstem in de gang hoorden terwijl we boven stonden. Dat bleek de chauffeur van de bakker te zijn, die Lies had opgepikt en netjes weer thuis had gebracht.
Of die keer dat ze met haar boodschappenkarretje tegen de enkels van een grote Hell’s Angel aan botste. Best hard ook. En Lies heel opgewekt “whoopsie daisies, kusje erop?” zei. Waarop de beste man door zijn knieën ging, haar een handkusje gaf en zei dat ze zijn dag had goedgemaakt.
Of midden in de Hema, volledig opgaand in haar koptelefoon, meezingen en dansen op Lil’ Kleine. “Want ik wil drank en drugs!” galmde keihard door de winkel. De blik van de oudere mevrouw voor ons bij de kassa maakte het wat mij betreft nog grappiger.
Of vorige week nog. Lies had zichzelf flink opgemaakt en duidelijk gekozen voor een dramatische smokey eyes look. In haar pyjama, met twee scheve staarten en cowboylaarzen stond ze te kijken naar een groep fanatieke NEC-supporters bij ons in de buurt. En vervolgens heel hard: “Halloooo allemaal!” roepen.
En dan dat moment wat toen allesbehalve grappig was, maar inmiddels elke zomervakantie weer terugkomt in de categorie “weet je nog?”. We stonden op het punt om naar Zuid-Frankrijk te vertrekken. Het hele huis lag overhoop met koffers en tassen. Ik ging Lies nog even verschonen en in een split second draaide ze een bus talkpoeder open. Voor ik het wist zat haar hele gezicht onder het poeder. Ik moest lachen om haar witte snoet en het wolkje dat ze uitproestte. Tot ik zag dat ze het ook had ingeademd en benauwd werd. Uiteindelijk belandden we in het ziekenhuis en vertrokken we pas dagen later op vakantie. Ja, dat weet ik nog heel goed. Cato, Ted en Oskar trouwens ook.
Of die keer dat ze op de BSO had besloten dat het wel mooi geweest was. Helm op, jas aan, tas om. Op haar fiets gestapt en naar huis gereden. In haar eentje. Over meerdere kruisingen, over de Waalbrug. En vervolgens doodleuk: “Hoi mam, daar ben ik dan” zeggen toen ze voor het tuinhekje stond, met een rood hoofd van de inspanning. Probeer dan maar eens boos te worden. (Dat lukte overigens alleen richting de BSO.)
Een kind als Lies opvoeden vraagt soms veel van ons als ouders. Het vraagt oplettendheid, flexibiliteit en af en toe een goed ontwikkeld incasseringsvermogen. Maar wat krijgen we er ongelooflijk veel voor terug. Haar humor, haar eigen-aardigheden, haar onbevangenheid. Het maakt dat geen dag hetzelfde is.
Het zijn precies die momenten die blijven hangen. Niet de perfecte plaatjes of de strak geplande dagen. Maar het onverwachte, het hilarische en soms ook wat ongemakkelijke randje.
Lies laat ons elke dag een beetje anders kijken. Naar de wereld, naar andere mensen, en misschien nog wel het meest naar onszelf. Ze trekt ons uit ons hoofd en recht het leven in. Zonder filter, zonder schaamte, zonder zich af te vragen wat hoort.
En ja, dat is soms schakelen. Soms slikken. Soms heel hard achter haar aan rennen. Maar meestal is het vooral lachen.
Dus zie je een moeder op een bakfiets met een smile van oor tot oor, met daarin een meisje dat keihard “Mama Mia” zingt in een grote gouden microfoon, tegenliggers goedemorgen wenst en haar armen alle kanten op zwaait… dan zijn wij het.
Ja Lies, ”here I go again. My, my. How can I resist you?”
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks
de nieuwste inspirerende verhalen in je mailbox!