Log in of maak een account aan.
Geschreven door Marion Terpstra
Marion en haar man Jorgen zijn de ouders van Noor. Noor heeft het syndroom van Down. Sinds haar geboorte is hun leven 180 graden gedraaid. Stap voor stap hebben zij hier hun weg in gevonden. Marion schrijft regelmatig voor Sophi over haar leven met Noor. Dit keer schrijft ze over ´avonturier´ Noor die haar ouders flink laat schrikken als ze besluit alleen op pad te gaan.
De laatste week van de zomervakantie. Noor heeft kindervakantieweek voor kinderen met een beperking bij GVO de Klup in Nijmegen. Hier geniet ze al een paar jaar van. Er wordt geknutseld, gezongen en er zijn leuke uitjes naar een dierentuin of kinderboerderij. Het is ongeveer twintig minuten rijden met de auto vanaf thuis. Mijn man en ik maken een weekschema naast ons werkrooster, en indien mogelijk carpoolen we met andere ouders. De dinsdagmiddag haal ik Noor op en ze zit weer vol enthousiaste verhalen. Hoe fijn dat dit soort initiatieven bestaan.
De volgende ochtend zijn we alweer vroeg op, geen straf met dit prachtige zomerweer. Ik stap net onder de douche vandaan en mijn man staat zich voor de wastafel te scheren. “Waar is Noor”, vraag ik, en ik heb gelijk een onrustig gevoel. “Die is naar beneden”, zegt mijn man nonchalant. “Staat vast liedjes te zingen met de Ipad”, vervolgt hij. Dat is inderdaad wat ze in de ochtend graag en meestal doet; de zangmicrofoon aan, koptelefoon op, Ipad op de vensterbank, en dan meezingen en dansen.
“Het is me veel te stil”, zeg ik ongerust, terwijl ik me haastig afdroog. “Komt goed”, zegt mijn man, en doet geen enkele poging zijn tempo te verhogen. Ik voel de ergernis in me opkomen en kleed me zo snel mogelijk aan. Mijn man is toch nog eerder en gaat de trap af. Hij komt terug naar boven, nu enigszins gehaast. “Ze is niet beneden, maar geen zorgen de deur zit op slot.” Hij probeert me gerust te stellen, maar tevergeefs.
Boven is ze ook niet, concluderen we snel. Dus samen spoeden we ons naar beneden. Ik open de voordeur en mijn man gaat de tuin in. Misschien speelt ze in het tuinhuisje, waar haar keukentje staat. Geen Noor. In het voorbijgaan ziet hij door de raam van de schuurdeur dat haar fiets weg is. Crisis, hoe kan dit dan?
Ze is al zeker tien minuten onderweg, hoever is ze al gekomen? We hebben inmiddels de ongeschreven regel dat mijn man op de fiets springt en ik thuis blijf. Voor het geval ze spontaan terug komt, dat nog nooit is gebeurd overigens. Gelukkig bedenkt hij zich dat ze vast op weg is naar GVO de Klup en neemt die route.
Bij het eerste stoplicht staat ze keurig te wachten bij het rode licht. Papa enigszins boos, ook door bezorgdheid, vraagt hoe ze dit in hemelsnaam heeft kunnen bedenken. “Ja, maar papa ik had een briefje klaargelegd”, is Noor’s antwoord, zich afvragend waar wij ons zo druk om maken. Ik heb inmiddels het briefje gevonden en er verschijnt een glimlach op mijn gezicht. Slim ding, denk ik. Maar levensgevaarlijk.
Noor kan nog niet schrijven, op een paar woorden na, maar ze heeft in prachtige ronde lussen opgeschreven dat ze met de fiets naar GVO de Klup is. Zo verklaart ze bij thuiskomst. Ze heeft keurig de achterdeur, schuurdeur en poort open en weer op slot gedaan en het briefje klaargelegd, dus wat is ons probleem? Ze snapt het werkelijk even niet en ik geef haar een knuffel.
Het achtergelaten briefje van Noor
Ik geef haar een compliment over haar zorgvuldigheid en goed nadenken, maar alleen zover op de fiets mag niet. “Echt niet?”, ze is oprecht verbaasd. “Nee echt niet lieverd”, en ik leg uit dat ze al goed kan fietsen, maar dat er heel veel soorten andere fietsers en auto’s zijn om rekening mee te houden. Dat ze het stoplicht goed kent, maar dat er ook rotondes en voorrangsregels zijn, die ze nog niet kent. Daarbij komt nog het goed kijken waar je rijdt en je hand uitsteken, dat ze allebei nog niet onder de knie heeft. Ze is er een beetje stil van, maar de boodschap lijkt nu wel duidelijk.
Gelukkig was daar de blog van collega Karlijn Migo-Merx over een fietscoach. Ik wist niet dat het bestond, maar ga er gelijk werk van maken. Fietsen vindt ze superleuk, net als zwemmen, en waar haar motivatie ligt kan ze ver komen, is inmiddels onze ervaring.
Als we even later met de auto naar Nijmegen rijden bedenk ik me dat het gister zelfs heeft aangekondigd: “Morgen ga ik met de fiets”, heeft ze tegen me gezegd, Ik antwoordde dat het veel te ver is om zelf te fietsen en heb er verder geen aandacht aan geschonken, niet wetende dat het al een concreet plan was in haar hoofd. Niet onderschatten dus onze grote avonturier, die steeds creatiever wordt. En zo graag zelfstandig wil zijn.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks
de nieuwste inspirerende verhalen in je mailbox!